Coaching ASSentie
Menu

Blog

Ik werk met duidelijke categorieën, zodat je makkelijk vindt wat je zoekt:
Prikkelverwerking
Artikels over hoe we zintuiglijke informatie verwerken, wat er kan mislopen, en wat wél werkt.
Autisme in het dagelijks leven
Herkenbare situaties, tips en denkpistes om autisme niet te willen ‘fixen’, maar te begrijpen.
Autisme op school
Herkenbare situaties, tips en denkpistes om leerlingen met autisme op school te ondersteunen.
Casussen uit de praktijk
Echte verhalen uit mijn praktijk, geanonimiseerd, die inzicht geven in gedrag en onderliggende noden.
Voor ouders & opvoeders
Kleine tips, vragen en tools die helpen in het dagelijkse leven thuis.
Voor leerkrachten & professionals
Artikels gericht op klascontext, therapie, zorg en inclusieve ondersteuning.
Persoonlijk & visie
Hier lees je wat mij drijft, waar ik van droom en wat ik onderweg leer.
PDA - Pathological Demand Avoidance
Informatie en bedenkingen over het PDA profiel, een profiel op het autismespectrum.

PDA, polyvagaaltheorie en ACT: helpend of net een brug te ver?

24/7/2025

0 Opmerkingen

 
De afgelopen tijd ben ik me steeds meer gaan verdiepen in het PDA-profiel – een vorm van autisme die nog weinig bekendheid krijgt, maar wel steeds vaker herkend wordt. Bij kinderen (en volwassenen) met een PDA-profiel is er sprake van een extreme vermijdingsdrang ten opzichte van elke vorm van externe eis. Wat opvalt: het gaat hier niet om onwil, maar om een diepgevoelde nood om controle te houden, vaak uit angst, overprikkeling of een overweldigende stressrespons.
Die nood aan controle is niet zomaar een gedragskenmerk, maar raakt aan de kern van hoe deze kinderen de wereld ervaren. En net daar kruist PDA een ander thema dat mijn interesse wekt: de polyvagaaltheorie en ACT-therapie (Acceptance and Commitment Therapy).
Tijdens één van de begeleidingen in mijn praktijk was ik op zoek naar een actieve vorm van therapie voor een cliënt. Ik kwam toen onder andere uit bij klimtherapie, gebaseerd op ACT-principes. ACT, kort voor Acceptance and Commitment Therapy, is een therapeutische benadering waarbij niet zozeer het ‘probleem’ wordt weggewerkt, maar waarbij cliënten leren omgaan met moeilijke gedachten en gevoelens. De focus ligt op het aanvaarden van wat je niet kunt controleren, en tegelijkertijd kleine stappen zetten richting wat je écht belangrijk vindt.
Terwijl ik las over ACT, werden mijn gedachten ook gestuurd naar de polyvagaaltheorie – een neurofysiologische theorie ontwikkeld door Stephen Porges. Deze theorie beschrijft hoe ons autonome zenuwstelsel voortdurend aftoetst of we veilig zijn, en hoe die inschatting ons gedrag aanstuurt. Vanuit die lens zijn sociaal gedrag, vermijden, agressie of shutdown geen ‘keuzes’, maar biologische reacties op (on)veiligheid.
ACT en de polyvagaaltheorie zijn vormen van therapie die zich niet richten op het ‘wegwerken’ van problemen, maar op het leren accepteren van moeilijke gevoelens en het engageren voor waarden — zelfs als dat ongemak met zich meebrengt. Ook daar zit een belofte voor mensen met autisme: niet de omgeving hoeven veranderen, maar wel handvaten krijgen om ermee om te gaan.
En toch… wringt het ergens. Accepteren dat autisme niet flexibel is — en toch vragen om flexibiliteit?
Wat werkt voor ‘klassiek’ autisme, werkt niet altijd voor PDA
Bij klassieke autismeprofielen is een benadering zoals ACT vaak heel helpend. De combinatie van structuur, voorspelbaarheid en een kader om met emoties en gedachten om te gaan, biedt houvast en vergroot de veerkracht. Ook de polyvagaaltheorie sluit goed aan: door triggers van onveiligheid te leren herkennen, kunnen mensen met autisme hun zenuwstelsel beter begrijpen en reguleren.
Maar bij een PDA-profiel gelden vaak andere wetten. Waar kinderen met ‘gewoon’ autisme soms net floreren bij duidelijke kaders en herhaling, roept diezelfde voorspelbaarheid bij PDA-profielen weerstand of vermijding op. Ze voelen zich dan net gecontroleerd in plaats van ondersteund. Ook de opbouw van veel ACT-oefeningen – waarbij je bijvoorbeeld bewust leert omgaan met spanning of leert kiezen in functie van waarden – kan aanvoelen als een subtiele vorm van sturing of ‘mentale dwang’.
Het verschil zit niet in wat we aanbieden, maar hoe we het aanbieden. Niet ‘dit is helpend, probeer maar eens’, maar ‘ik ben benieuwd wat jij nodig hebt om dit misschien samen te onderzoeken’.
In dat spanningsveld is de inzet van ACT of de polyvagaaltheorie best dubbel. Want hoeveel autonomie geef je als je tegelijk verwacht dat iemand ‘acceptatie’ ontwikkelt? Is ‘acceptatie’ van een situatie dan niet opnieuw een subtiele eis, hoe mild ook verpakt?
Bij veel PDA-profielen zie je bovendien een sterke behoefte om zelf tot inzichten te komen. Ze zijn vaak meerbegaafd, kritisch, en wantrouwig tegenover informatie die van buitenaf komt. Psycho-educatie – nochtans vaak een standaardonderdeel van ACT – kan dan aanvoelen als een aanval op hun autonomie. Ook autonomiegericht werken is geen kant-en-klare oplossing: keuzes bieden kan bedreigend zijn voor kinderen die worstelen met perfectionisme of faalangst, wat bij PDA heel vaak meespeelt.
De paradox van helpen zonder op te leggen
Wat ik voel, is dit: ACT en de polyvagaaltheorie kunnen absoluut waardevol zijn. Maar alleen als ze op een heel sensitieve, afgestemde manier worden ingezet — zonder dwingende formats, zonder verwachtingen, zonder haast. Geen protocol, maar een houding. Niet: ‘Je moet dit leren aanvaarden’, maar: ‘Ik blijf naast je staan, ook als het niet lukt. Jij mag meebepalen wat veilig voelt.’
Bij kinderen met een PDA-profiel ligt de kracht niet in de theorie an sich, maar in de therapeut die durft loslaten. Die weet dat veiligheid niet zit in ‘je best doen’, maar in relationele nabijheid. Die accepteert dat ‘werken aan iets’ soms betekent: niets doen. Alleen zijn. Wandelen. Spelen. Stil zijn. En pas als het kind zegt: “Dit helpt mij”, zijn we op de goede weg.
En nu?
Ik geloof dat er meer onderzoek nodig is naar effectieve therapieën voor PDA-profielen, zeker bij kinderen. Op dit moment loopt de praktijk mijlenver voor op de wetenschap. Veel therapeuten varen op hun buikgevoel, op ervaring, op wat werkt in de ruimte tussen verwachting en contact.
Ik geloof dat we nog veel moeten leren over hoe we kinderen met een PDA-profiel écht kunnen ondersteunen. Voor mij is het duidelijk: ik wil me verder verdiepen. In PDA, in ACT, in polyvagaal werken. Niet om een pasklare aanpak te vinden, maar om mijn kaders te verruimen. In gesprek met anderen, in bijscholing, in reflectie. Want het feit dat PDA niet in de DSM staat, betekent niet dat het niet echt is.
Soms is het enige dat echt werkt: niet té snel willen helpen. Niet té veel uitleggen. Maar begrijpen, vertragen en samen zoeken. Zodat het kind zelf kan voelen: “Ik mag zijn wie ik ben. En ik mag zoeken op mijn tempo.”

0 Opmerkingen



Laat een antwoord achter.

    Archieven

    Juli 2025
    Juni 2025
    Mei 2025

    Categorieën

    Alles
    Autisme In Het Dagelijks Leven
    Autisme Op School
    Casussen Uit De Praktijk
    PDA
    Persoonlijk En Visie
    Prikkelverwerking
    Voor Leerkrachten En Professionals
    Voor Ouders En Opvoeders

    RSS-feed

Proudly powered by Weebly
  • Home
  • Wie ben ik?
  • Wat is ASSentie?
  • Aanbod
  • Praktische info
    • Kalender
  • Prikkelverwerking
  • PDA
  • Blog
  • Downloads en links
  • Webshop
    • Prikkelverwerking materialen
    • Visualiseren
    • Educatieve spelletjes
  • Contact
  • Home
  • Wie ben ik?
  • Wat is ASSentie?
  • Aanbod
  • Praktische info
    • Kalender
  • Prikkelverwerking
  • PDA
  • Blog
  • Downloads en links
  • Webshop
    • Prikkelverwerking materialen
    • Visualiseren
    • Educatieve spelletjes
  • Contact